HCFS

Maak een afspraak

T 073-5032986
M info@fysioberlicum.nl

HCFS

Functiestoornis in de nek bij zuigelingen en kinderen

HCFS staat voor hoogcervicalefunctiestoornis (cervicaal is latijn voor nek). Met ingang van 2015 is de term 'KISS-syndroom' verlaten, en is vervangen door de term Hoog Cervicale Functie Stoornis bij kinderen.

Van de Nederlandse zuigelingen jonger dan 6 maanden ontwikkelt momenteel ruim 8% een voorkeurshouding; (voor 1992 was dat slechts 0,4%!) dit is onder andere toegenomen sinds rugligging werd voorgeschreven  ter voorkoming van wiegendood.





functiestoornis in de halswervelkolom

Kenmerken van een functiestoornis in de hoge nek zijn:

  • beperkte hoofdbeweging naar 1 kant
  • slechte controle over de hoofdbewegingen en hoofdbalans
  • afgeplatte schedel aan gehele achterzijde of aan 1 zijde van het achterhoofd
  • asymmetrisch gezicht, andere stand van de oren
  • overstrekking en hoge spierspanning; handen zijn vuistjes en benen gestrekt
  • rusteloosheid, slecht in-en/of doorslapen
  • veel huilen, meer dan 3 uur per dag, en minstens 3 dagen in de week
  • slechte stofwisseling (obstipatie, diarree, darmkrampen)
  • slechte eetlust, slecht drinken
  • veelvuldig zweethandjes en –voetjes
  • moeite met verschonen en aan-en uitkleden
  • wil niet geknuffeld worden

Wat is de oorzaak?

De oorzaak van de functiestoornis is voor 30% te wijten aan een verkeerde ligging in de baarmoeder ( intra-uterin); vervolgens komt het bij meerlingen in 50% van de gevallen voor en zie je het meer bij jongens dan bij meisjes, wat wellicht komt omdat jongens grotere hoofden hebben en dus eerder in de verdrukking komen
Ook kan de geboorte zelf een probleem opleveren, (55%) enerzijds het gebruik van vacuümpomp of van de tang, anderzijds de lange uitdrijffase, stuitligging, aangezichtsligging.
Ook kan er een trauma optreden na de geboorte, zoals een val van het bed of commode(15%).
Niet ieder asymmetrisch kindje ( al/niet met plagiocephalie) heeft een functiestoornis in de nek
  • Gescheurde of overrekte nekspier ( sterno-cleido-mastoideus) ook wel torticollis genoemd, kan ontstaan zijn in de uterus, maar ontstaat meestal tijdens de bevalling

  • Deze nekspier loopt vanuit het achterhoofd naar het borstbeen en sleutelbeen en is dan voelbaar verhard, waardoor het hoofd naar een zijde neigt en naar de andere kant draait.

  • Gebroken sleutelbeen, gescheurde zenuw in de nek, waardoor de arm verlamd is zoals bij een Erbse parese of  eenzijdige oogspierverlamming

  • Aangeboren afwijkingen aan schedel bv: craniosynostosis (te snelle sluiting van fontanellen en/of schedelnaden) afwijkingen aan wervels bv blokwervels.

Is plagiocephalie ( scheve en/of afgeplatte schedel) alleen een cosmetisch probleem ? Neen !!

Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat kinderen met afgeplatte schedels veelal een vertraging in de motorische ontwikkeling hebben.

Doordat zij steeds naar een kant (moeten) kijken, zien zij ook alleen dat ene handje en ontwikkelt zich de hand-oog-coordinatie eenzijdig. Ook wordt het omdraaien veel lastiger en daarbij liggen deze kindjes niet graag op hun buik omdat het veel zwaarder is het hoofdje gedraaid omhoog te houden dan vanuit de middenstand.Doordat er ook veelal een asymmetrie in het gezichtje te zien is, staan de oren niet op gelijke hoogte, is soms een oog kleiner en staat ook het voorhoofd en het jukbeen aan een zijde verder naar voren.

Wanneer is THERAPIE nodig?

Een normale motorische ontwikkeling is van zeer groot belang voor alle kinderen en ondanks dat het ene kind zich sneller ontwikkelt dan het andere kind, zou ieder kind eigenlijk alle fasen in volgorde moeten doorlopen.
De belangrijkste fasen zijn: gericht kijken, volgen met ogen, ontdekking handjes, grijpen, vastpakken in 2 handen, ontdekking voeten, rollen, gesteund liggen in buiklig, tijgeren, kruipen, gaan zitten, staan en lopen.

Naast buikligging neemt het kruipen een heel belangrijke plaats in.
Niet alleen om de schouder- en heupgewrichten goed te ontwikkelen is kruipen een van de belangrijkste fasen; maar ook voor het aanleren van alternerende bewegingen. (afwisselend links / rechts ) Bij “billenschuiven” voeren kinderen alleen een symmetrische beweging uit en wordt het oefenen van de steunfunctie van armen en schouders, zowel als van heupen en knieën overgeslagen.

Kinderen die een voorkeurshouding hebben , waardoor zij meestal binnen 3 maanden een scheef hoofdje ontwikkelen ( verplichte rugligging ) moeten zo snel mogelijk in behandeling komen bij de fysiotherapeut.( manueel/kindertherapeut)
Als er sprake is van een functiestoornis in de nek zal met name een behandeling van de manueel therapeut aan te raden zijn, om die ( geblokkeerde) voorkeursrotatie op te heffen, de heupen te onderzoeken en te mobiliseren en de schedelvervorming te verminderen.Tevens zullen er adviezen en oefeningen worden meegegeven.

Veelal zijn er slechts enkele behandelingen nodig en ook hier geldt, hoe eerder men start hoe sneller resultaat wordt bereikt.
Soms echter is er sprake van een zeer forse aandoening zoals een torticollis ( verrekte of gescheurde nekspier ) In dat geval zijn kinderen veel langer in behandeling.

Wanneer wordt een HELMPJE geadviseerd?

Slechts bij een zeer forse vervorming van de schedel ( plagiocephalie of brachyocephalie)  wordt het kind naar Tilburg of Rotterdam gestuurd en wordt evt. een helm geadviseerd.

Deze helm wordt pas vanaf 4 maanden voorgeschreven en moet minimaal 4 maanden gedragen worden 22 tot 23 uur per dag!

De laatste onderzoeken hebben uitgewezen dat een helm sneller verbetering brengt dan  therapie alleen, maar dat het uiteindelijke resultaat na een jaar vrijwel hetzelfde is.

Hoewel de schedelvorm sneller herstelt wordt door de helm de voorkeursrotatie  niet opgeheven, noch worden alle andere klachten beïnvloed; het is echter wel zo dat de afgeplatte kant door de helm “vrij” komt te liggen en daardoor in ieder geval niet verder kan toenemen, maar zal afnemen omdat de druk op deze plek verdwijnt.

Wat is het KIDD-syndroom?

KIDD staat voor Kopfgelenk induzierte Dyspraxie en Dysgnosie, dwz dat er dan sprake is van kinderen met matige motoriekontwikkeling en leer-en gedragsproblemen

We spreken van KIDD-problematiek vanaf het tweede jaar.

Hoofdpijn komt bij deze kinderen veelvuldig voor evenals slecht slapen, slechte concentratie en algehele onrust. Enkele andere kenmerken zijn:

  • veelvuldig struikelen en vallen met slechte opvangreacties

  • evenwichtsproblemen, matige of slechte houding

  • vertraagde spraakontwikkeling

  • snel vermoeid, snel ontstemd, woede-aanvallen

Conclusie: het is dus zinvol om TIJDIG aandacht te vragen bij uw huisarts of consultatiebureauarts voor de problematiek van uw kind, zodat uw kind bijtijds voor controle en/of behandeling kan worden gestuurd naar fysiotherapeut/manueel therapeut
Bij twijfel kunt U altijd voor een algehele controle een afspraak maken bij de fysiotherapeut.